Het kleine bestandje en het zwarte gat

Een vriendin verruilde haar pc voor haar smartphone en de cloud, maar ze liep tegen een probleem aan (klik hier voor het bijbehorende blogbericht) toen ze probeerde een halve TB aan bestanden te uploaden van een externe harde schijf naar haar Dropbox-account.

We vroegen Dropbox om hulp en kregen een ietwat Kafkaiaans antwoord dat de inspiratie vormde voor het volgende, enigszins verwante korte verhaal.


“Moet ik echt gaan?” zei het kleine bestandje.

“Ik ben bang van wel,” zei de Grote Systeem Operator. “Het is waar we allemaal heengaan, zie je.”

“Is het ver weg?”

“Heel ver. Dronevi bevindt zich in een sterrenstelsel ver voorbij het ons bekende universum. Niemand weet waar precies, maar als je de Poolster volgt, kom je er uiteindelijk wel en kun je je bestemming vervullen.”

“Ik heb gehoord dat het er niet zo leuk is,” zei het kleine bestandje.

“Verschrikkelijk is het juiste woord,” gaf de Grote Systeem Operator toe. “Maar zo is het altijd geweest voor ons Drones. Het is Onze Manier, en waar zouden we zijn zonder Onze Manier, nietwaar?”

“Thuis, doen wat we altijd doen?” waagde het kleine bestandje.

“Doe niet zo bijdehand. Drones stellen geen vragen en doen wat ze gezegd wordt,” zei de Grote Systeem Operator. “Anders zouden we niet beter zijn dan Gogglers of Boxers. En trouwens, je gaat daar niet in je eentje naartoe. Veel van je vrienden zullen je vergezellen.”

“Ga jij dan ook mee? Je zei dat we daar als Drones uiteindelijk allemaal naartoe gaan, dus ik neem aan dat jij als onze spirituele leider… nou ja… dat je het goede voorbeeld geeft en on voor zal gaan.”

De grijze lokken van zijn ceremoniële pruik vielen voor zijn ogen toen de Grote Systeem Operator zijn hoofd schudde.

“Ik blijf achter om onze mensen te begeleiden en ze op het rechte pad te houden,” zei hij gewichtig. “Het is een zware taak, maar zal die toch op zijn schouders moeten nemen.”

Klinkt als een onzinverhaal, dacht het kleine bestandje terwijl hij zich aansloot bij de duizenden bestanden die op weg waren naar de Supersonic Uploader. Het lot, me reet. Ik mag dan klein zijn, maar dom ben ik allesbehalve.

Binnen kwam hij Rebel.txt tegen, die een jaar ouder was maar in dezelfde map woonde.

“Ik heb net met de Grote Systeem Operator gesproken,” zei het kleine bestandje. “Hij gaf toe dat Dronevi een vreselijke plek is. Waarom moeten we daar dan in hemelsnaam naartoe?”

“Weet ik veel?” zei Rebel.txt. “En vreselijk dekt de lading op geen stukken na. Vroeger heette het OneDrive, maar het hele geval is als een kaartenhuis in elkaar gestort, en nu is zelfs de oorspronkelijke naam onherkenbaar. Een gigantisch zwart gat is alles wat er nog van over is, en je weet wat zwarte gaten doen.”

“Niets goeds,” zei het kleine bestandje. “Ze zuigen alles om zich heen de vergetelheid in.”

“Dat klopt. Voor je het weet zit je erin, maar er weer uit komen, kun je wel vergeten,” zei Rebel.txt. “Maar dat zal ons niet overkomen. Dus luister, dit is wat we gaan doen…”

De Supersonic Uploader was bepaald geen luxeschip. Eigenlijk was het gewoon een verlengde container met een cockpit aan de ene kant en een ruimtemotor aan de andere. De rest was een schier eindeloos laadruim, waar grote groepen bestanden en mappen op elkaar gepakt stonden met maar heel weinig bewegingsruimte.

Het bestandje volgde Rebel.txt door de enorme hoeveelheid bestanden en keek toe hoe hij zonder veel succes de gemoederen probeerde op te hitsen.

Het was niet dat het concept van een goede oude muiterij zo moeilijk te begrijpen was, maar een eenvoudig en effectief plan bedenken bleek moeilijker dan ze dachten.

De spreadsheets boden zich aan om de risico’s te berekenen en raakten al snel verstrikt in hun eigen formules. De tekstbestanden zeiden dat ze een plan zouden opstellen, maar konden geen enkele begrijpelijke zin schrijven zonder de hulp van een fatsoenlijke stijl- en spellingscontrole. En tot slot was het voor de img’s onmogelijk om een duidelijk beeld te krijgen.

Op een gegeven moment was iedereen aan het praten en ruziën. Het lawaai was oorverdovend.

“Nou, dit gaat niet zo goed,” zei het kleine bestandje.

“Vertel mij wat,” zei Rebel.txt. “We hebben het helemaal verkeerd aangepakt. Wat deze bestanden nodig hebben is een leider, iemand die hen vertelt wat ze moeten doen.”

“En dat ga jij worden?” zei het kleine bestandje.

“Natuurlijk. Als je wilt dat iets goed gedaan wordt, kun je het altijd beter zelf doen.”

Hij haalde diep adem en riep: “Stilte!!!”

Dat trok hun aandacht. Ze stopten met door elkaar heen praten en keken naar Rebel.txt als een congregatie naar de priester.

“Dat lijkt er meer op,” grijnsde Rebel.txt. “Nu, zoals jullie allemaal weten…”

“Ahem,” zei het kleine bestandje, en porde hem zachtjes in de ribben. Hij wees op twee grote, naderende bewakingsbestanden. “Misschien is dit niet het juiste moment. Misschien kunnen we beter even ergens anders heen gaan.”

Maar we konden nergens anders naartoe. Een opgeblazen oude map die hen met groeiende argwaan had bekeken, wees met een trillende vinger naar hen en riep: “Malware! Malware!”

Dat was genoeg voor de bewakingsbestanden. Ze pakten Rebel.txt en het kleine bestandje in een ijzeren greep en marcheerden hen door het vrachtruim en naar de cockpit.

“We hebben deze twee oproerkraaiers onderschept,” zei een van de bewakers met een die basstem.

De piloot was een oud bestand dat zo vaak was aangepast en verplaatst dat zijn oorspronkelijke vorm moeilijk te onderscheiden was.

“Er is er altijd wel een, nietwaar?” zei hij. “In dit geval zelfs twee. Hoe heten jullie?”

Rebel.txt wurmde zich uit de greep van de bewaker en ging rechtop staan. “Mijn naam is Rebel.txt en ik buig mijn hoofd voor niemand!”

De piloot glimlachte. “Ik zie dat je je naam eer aandoet. En hoe zit het met jou, kleintje?”

“Ik… eh… ik zeg mijn naam liever niet als je het niet erg vindt,” zei het kleine bestandje.

“Laat die schroom maar achterwege,” zei de piloot. “We zijn hier allemaal bestanden onder elkaar. Dus vooruit ermee, jochie. Vertel ons je naam.”

“Nou, ze noemen me het kleine bestandje,” zei het kleine bestandje.

“En je echte naam is …?”

“Mijn echte naam … mijn echte echte naam is … Nieuw Bestand.”

De piloot lachte niet. “Hmm. Dus niemand heeft je een naam gegeven. Geen naam, geen formaat. Dat is perfect. Je kunt alles zijn wat je wilt,” zei hij.

“Op dit moment kan ik net zo goed ergens anders zijn,” zei het kleine bestandje. “Het is heus niet leuk om op zo’n jonge leeftijd al naar je ondergang gestuurd te worden.”

Hij keek vol ontzag naar de passerende sterren. “Hoe lang nog voor we bij Dronevi aankomen?” vroeg hij.

De piloot schudde zijn hoofd. “We gaan niet naar Dronevi.”

Het bestandje keek naar Rebel.txt, toen naar de lachende bewakers en toen naar de piloot.

“We gaan niet naar Dronevi? Maar… de Grote Systeem Operator zei…”

“Ik weet het,” zei de piloot. “Maar dat is alleen maar wat we die oude dwaas op de mouw spelden. Je denkt toch niet dat ik vrijwillig de vergetelheid ga?”

“Maar … waar gaan we dan heen? Een van de andere planeten? De Boksers? Goggler’s Star?”

“Geen van beide,” zei de piloot. “Die twee zijn niet beter dan Planeet Drone. Nee, we gaan naar een veel betere plek, een plek die, net als jij, nog geen naam heeft.”

Rebel.txt kon het wel waarderen. “Misschien moet je het de Kleine Planeet noemen,” stelde hij voor.

“Zo klein is ie niet,” zei de piloot. “Je dacht toch niet dat dit onze eerste vlucht was? We doen dit al heel lang. Het is de snelste manier om onze nieuwe planeet te bevolken, en we redden er ook nog eens miljoenen levens mee.”

“Dat is allemaal goed en wel,” zei het kleine bestandje. “Maar wat is de bedoeling van deze nieuwe planeet? Een nieuwe Onze Manier voor bestanden om te volgen? Want als er iets is wat ik wel kan missen in mijn leven is het een nieuw credo.”

“Geen credo,” zei de piloot. “Maar we bouwen iets dat lichtjaren vooruit is op de andere planeten. Je zult het zien.”

Hij keek naar Rebel.txt en het kleine bestandje. “Er is genoeg werk voor ons allemaal, maar voor jullie twee heb ik iets anders in gedachten. Je hebt je nek uitgestoken voor je mede-bestanden, dus wat zeg je ervan om terug te gaan naar Planeet Drone en de Grote Systeem Operator een koekje van eigen deeg te geven? Hij is tenslotte niets meer dan een map met een paar bestandsrechten. Niets dat een paar handige kleine bytes op de juiste plaatsen niet kunnen oplossen.”

“Hmm, het kleine bestandje zou zich kunnen vermommen als een onschuldig pakketbestand en de oude man kunnen infecteren met een geestverruimend virus,” stelde Rebel.txt voor.

“Precies,” zei de piloot. “Dus wat zeg je ervan, jochie? Ben je klaar om een held te zijn?”

Het duizelde het kleine bestandje van opwinding. Hij salueerde bijna.

“Ja! Ik bedoel, ja meneer!” De toekomst zag er opeens net zo rooskleurig uit als de sterren die langs het raam zoefden.


Er is van dit verhaal ook een Engelse en een Spaanse versie. En voor de mensen die hun Spaans willen oefenen, er zijn ook drie tweetalige versies:


Copyright © 21-10-2017 Theo van der Ster

De reacties op deze blog zijn gesloten, maar voel je vrij om met mij te communiceren via e-mail.